Leren doe je voor een heel groot deel met je ogen. Je ogen krijgen informatie binnen door te kijken, bijvoorbeeld letters en cijfers. Je hersenen maken er dan woorden, zinnen en sommen van. Een automatiseringsproces zorgt dat je uiteindelijk kunt lezen, spellen en rekenen.
Als je de informatie via de ogen niet goed binnenkrijgt, dan heeft dat invloed op het leren. De basis voor leren is een goede werking van de ogen.

Wat moeten je ogen eigenlijk allemaal kunnen om goed te kunnen leren?
Oogvolgbeweging: Wil je een woord of woorden in een zin goed kunnen zien, dan is het belangrijk dat je ogen goed kunnen volgen en niet telkens ‘wegspringen’. Lukt dit niet, dan moet je een woord telkens opnieuw spellen of weet je niet meer waar je gebleven bent. Het kind komt dan ook niet aan automatiseren toe. Er kan een lees- of rekenprobleem ontstaan.

Oogrichten en focussen:
Het is belangrijk dat je je ogen goed kan richten en focussen op de letters en de woorden. Gaat dat richten en focussen niet goed, dan zie je de letters wazig of bewegen. Daardoor krijgt het kind natuurlijk geen juist beeld. Het blijft spellend lezen. En ook spelling blijft zwak.

Oogsamenwerking: Om te kijken gebruik je twee ogen. Elk oog ziet net een iets ander beeld. De hersenen schuiven die twee beelden over elkaar heen en maken zo één scherp beeld. Als de oogsamenwerking niet goed gaat, dan wordt het beeld niet scherp. Het kind wordt snel moe, krijgt hoofdpijn en/of kan zich minder goed concentreren.

Scherpstellen: Je ogen moeten dichtbij en veraf scherp kunnen zien. Dichtbij en veraf wisselen in de klas snel af: je kijkt van je schrift naar het bord en daarna weer terug naar je schrift om bijvoorbeeld weer verder te schrijven. Het is belangrijk dat je snel weer scherp ziet bij de afwisseling tussen dichtbij en veraf. Lukt dit niet zo snel of soepel, dan gaat het werktempo naar beneden.

Wanneer kun je denken aan problemen met de ogen?
Zie je bij je kind of leerling enkele van de volgende kenmerken? Dan kunnen problemen met de ogen (ook wel visuele dysfunctie genoemd) een oorzaak zijn:
– moe en geprikkeld na een schooldag
– last van fel licht
– droge en/of branderige ogen
– regelmatig last van hoofdpijn
– slordig schrijven, niet netjes op de lijn schrijven
– hoofd scheef houden tijdens lezen en/of schrijven
– lezen niet leuk vinden
– woorden of regels overslaan tijdens het lezen of woorden zelf invullen
– zwakke spelling
– moeite met verhaaltjessommen
– concentratieproblemen
– moeite met vangen, schoppen of slaan van een bal
– slecht evenwicht
– hoogtevrees
Deze kenmerken van visuele dysfunctie overlappen de kenmerken die horen bij bijvoorbeeld dyslexie, ADHD of DCD. Het is daarom belangrijk om duidelijk te hebben waar de leerproblemen vandaan komen.

Visuele screening en training
Het onderzoek naar visuele dysfuncties doe ik door middel van testjes (o.a. met de bioptor) en aan de hand van vragen. Een dergelijke screening is niet heel belastend voor een kind.

Met gerichte oefeningen gaan we daarna aan de slag. De oefeningen zijn gevarieerd en leuk. Dit maakt het makkelijker om thuis goed te oefenen. Door de oefeningen steeds kort te herhalen worden de eerder genoemde vaardigheden als oogvolgen, oogrichten, samenwerking van de ogen en scherpstellen het beste geautomatiseerd.

Meer informatie?
Wil je weten of de visuele screening en training iets voor je kind of leerling kan betekenen?
Neem dan contact met me op.