Geplaatst op dec 21, 2016

Doodmoe kwam hij uit school. Het viel weer niet mee vandaag.
Ze begonnen de dag met lezen; iets wat hij echt niet leuk vindt. Ondanks het vele oefenen leest hij nog steeds een stuk minder goed dan zijn klasgenoten.
Rekenen vindt hij ook lastig: die kleine cijfertjes en + en – tekens lijken wel te dansen op het papier. Dan is het echt wel moeilijk om je aandacht erbij te houden.
Bij het schrijven zei de juffrouw dat hij wel netjes op de regel moest schrijven. Hij deed zijn best; zelfs zijn tong hing uit zijn mond tijdens het schrijven.
De dag werd afgesloten met een gymles. Korfbal deden ze. Van balsporten houdt hij niet zo: het lukt vaak niet om de bal goed te vangen of te schieten en een doelpunt heeft hij nog nooit gemaakt.
Waarom gaat het toch zo lastig? Hij doet zijn best en is beslist niet dom (hoewel hij dat wel steeds meer gaat denken!). De juf zegt dat hij zich beter moet concentreren en rustiger moet zijn in de klas. Hij probeert het, maar het lukt vaak niet. Hij wordt er moedeloos van.

Als ouder of als leerkracht herken je misschien wel één of meerdere dingen uit dit verhaal. Deze jongen heeft duidelijk last van leer- en concentratieproblemen. Woorden als dyslexie, ADHD/ADD, DCD en beelddenken komen wellicht in je op. Maar heb je bij het lezen van dit verhaal ook gedacht aan de werking van de ogen?

 

Leren doe je met je ogen!


Leren doe je voor een heel groot deel met je ogen. Je ogen krijgen informatie binnen door te kijken, bijvoorbeeld letters en cijfers. Je hersenen maken er dan woorden, zinnen en sommen van. Een automatiseringsproces zorgt dat je uiteindelijk kunt lezen, spellen en rekenen.
Als je de informatie via de ogen niet goed binnenkrijgt, dan heeft dat invloed op het leren. De basis voor leren is een goede werking van de ogen.

 

Wat moeten je ogen eigenlijk allemaal kunnen om goed te kunnen leren?

 

Oogvolgbeweging
Wil je een woord of woorden in een zin goed kunnen zien, dan is het belangrijk dat je ogen goed kunnen volgen en niet telkens ‘wegspringen’. Als je ogen goed kunnen volgen dan zorgt dat er ook voor dat je bij het lezen op de juiste regel kunt blijven lezen.
Lukt dit niet, dan moet je een woord telkens opnieuw spellen of weet je niet meer waar je gebleven bent. Je komt dan ook niet aan automatiseren toe.
Gaat het volgen met de ogen niet goed, dan kan een lees- of rekenprobleem ontstaan.

Oogrichten en focussen
Het is belangrijk dat je je ogen goed kan richten en focussen op de letters en de woorden.
Als dat richten en focussen niet goed gaat, dan zie je de letters wazig of bewegen. Daardoor krijg je natuurlijk geen juist beeld. Je ontwikkelt hierdoor geen goed woordbeeld en automatiseren lukt niet. Je blijft spellend lezen. En ook spelling blijft zwak.

Oogsamenwerking
Om te kijken gebruik je twee ogen. Elk oog ziet net een iets ander beeld. De hersenen schuiven die twee beelden over elkaar heen en maken zo één scherp beeld. Als de oogsamenwerking niet goed gaat, dan wordt het beeld niet scherp. Dit wordt fixatie disparatie genoemd. De ogen zijn voortdurend bezig om dit te corrigeren. Je kunt je waarschijnlijk wel voorstellen dat je daar heel moe van wordt, hoofdpijn van krijgt en je minder kunt concentreren. Het werk dat gedaan moet worden in de klas ontwijk je liever.  En van extra lezen om te oefenen word je ook niet blij.

Scherpstellen
Je ogen moeten dichtbij en veraf scherp kunnen zien. Dichtbij en veraf wisselen in de klas snel af: je kijkt van je schrift naar het bord en daarna weer terug naar je schrift om bijvoorbeeld weer verder te schrijven. Het is belangrijk dat je snel weer scherp ziet bij de afwisseling tussen dichtbij en veraf. Lukt dit niet zo snel of soepel, dan gaat het werktempo naar beneden.

 

Wanneer kun je denken aan problemen met de ogen?


Zie je bij je kind of leerling enkele van de volgende kenmerken? Dan kunnen problemen met de ogen (ook wel visuele dysfunctie genoemd) een oorzaak zijn:

  • moe en geprikkeld na een schooldag
  • last van fel licht
  • droge en/of branderige ogen
  • last van hoofdpijn
  • slordig schrijven, niet netjes op de lijn schrijven
  • hoofd scheef houden tijdens lezen en/of schrijven
  • lezen niet leuk vinden
  • woorden of regels overslaan tijdens het lezen of woorden zelf invullen
  • zwakke spelling
  • moeite met verhaaltjessommen
  • concentratieproblemen
  • moeite met vangen, schoppen of slaan van een bal
  • slecht evenwicht
  • hoogtevrees

Deze kenmerken van visuele dysfunctie overlappen de kenmerken die horen bij bijvoorbeeld dyslexie, ADHD of DCD. Het is dus niet gek dat daar eerst aan gedacht wordt.
Het is wel belangrijk om duidelijk te hebben waar de leerproblemen vandaan komen. Visuele dysfuncties kun je met een oefenprogramma sterk verbeteren of verhelpen.

 

Visuele screening en training


Het is belangrijk om te onderzoeken of visuele dysfuncties een oorzaak zijn van leerproblemen. Dit doe je door middel van testjes (o.a. met de bioptor) en aan de hand van vragen. Kinderen vinden een dergelijke screening vaak wel leuk om te doen en ervaren deze niet als heel belastend.
Met gerichte oefeningen ga je daarna aan de slag. De oefeningen zijn gevarieerd en leuk. Dit maakt het makkelijker om thuis goed te oefenen. Door de oefeningen steeds kort te herhalen worden de eerder genoemde vaardigheden als oogvolgen, oogrichten, samenwerking van de ogen en scherpstellen het beste geautomatiseerd.

Voor visuele screening en training kun je terecht bij daarin gespecialiseerde praktijken. LeerRijk Training en Coaching is er daar één van. Hier vind je een overzicht van de gespecialiseerde praktijken in Nederland.

Heb je na het lezen van dit blog vragen of opmerkingen? Laat het me dan weten.