Geplaatst op jan 23, 2020

“Ik heb zo’n hekel aan die talen. Al die woordjes leren: ik krijg ze nooit allemaal op tijd in mijn hoofd, gooi ze soms zelfs van de verschillende talen door elkaar. Ik ben er telkens zo lang mee bezig maar toch haal ik elke keer een onvoldoende.” Hij werd er moedeloos van. En hij is niet de enige. Ik hoor het vaker, in de praktijk en soms ook thuis.

Een manier om woordjes te leren die veel kinderen gebruiken is de afdekmethode: met je hand dek je een rij met woordjes af en dan kijk je of je de vertaling weet. Naast dat dit een nogal saaie manier is om woordjes te leren, zijn er ook meer effectieve manieren om woordjes te leren. Wat die meer effectieve manieren zijn lees je verderop in dit blog. Eerst wil ik je nog even kort iets vertellen over je geheugen.

Het geheugen
Je geheugen bestaat uit verschillende delen: het zintuigelijk geheugen, het kortetermijngeheugen, het werkgeheugen en het langetermijngeheugen. In het zintuigelijk geheugen komt alles binnen wat je hoort, ziet en voelt. Gelukkig wordt niet aan alles wat binnenkomt in je zintuigelijk geheugen aandacht geschonken en dat is maar goed ook. Je zou gek worden van alles wat er aan prikkels binnenkomt. Het zintuigelijk geheugen werkt dus als een soort filter. Alleen de belangrijkste informatie wordt doorgegeven aan je werkgeheugen en kortetermijngeheugen. Het filter werkt overigens niet bij iedereen op de dezelfde manier.

Dan heb je het werkgeheugen en het kortetermijngeheugen. Soms worden deze namen door elkaar gebruikt. Het kortetermijngeheugen kan een aantal (ongeveer 7) dingen voor een korte tijd (enkele seconden tot enkele minuten) onthouden. Er is niet veel opslagruimte en zit het vol, dan wordt oude informatie weer verwijderd om plaats te maken voor nieuwe informatie. Wanneer informatie niet alleen opgeslagen wordt in je geheugen maar je er ook mee werkt, dan heb je het over het werkgeheugen.

Het langetermijngeheugen ontvangt informatie vanuit het werkgeheugen en kan deze voor langere tijd opslaan. Hier moeten dus die woordjes terecht komen die je moet leren voor die toets. Maar hoe zorg je er nu voor dat ze daar komen en ook blijven zitten?


Hieronder deel ik een aantal tips met je die ervoor zorgen dat je de woordjes makkelijker leert en onthoudt.

Begin op tijd en verdeel de te leren woordjes in kleine stukjes
Het is belangrijk om op tijd te beginnen met het leren van de woordjes. Elke dag 10-15 minuten een aantal woorden leren is effectiever dan in 1 of 2 dagen proberen de hele woordenlijst in je hoofd te krijgen.

Verdeel de woordenlijst die je moet leren in kleine stukjes, bijvoorbeeld telkens 5 of 10 woorden. Wanneer je die weet, neem je de volgende woorden erbij.

Begin met leren van het Frans / Duits naar het Nederlands. Gaat dat goed, dan doe je het daarna andersom.

Maak kaartjes met de woorden die je moeilijk vindt
Gebruik gekleurde kaartjes of memoblaadjes. Schrijf op de ene kant het Nederlandse woord en op de andere kant de vertaling.
Bij Frans en Duits kun je er bijvoorbeeld voor kiezen om een aparte kleur te nemen voor de mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden. Op die manier gebruik je ook het visueel ingestelde deel van je hersenen.

Pak een kaartje: weet je de vertaling, dan leg je het kaartje op de ene stapel. Weet je de vertaling niet, dan gaat het kaartje op de andere stapel waar je dan mee verder kan oefenen. Twijfel je, leg het kaartje dan ook op de stapel waarmee je verder oefent. Op die manier wordt het woord nog eens herhaald.

Je kunt ook een memory spel maken met de kaartjes: schrijf op een kaartje het Nederlandse woord en op een ander kaartje de vertaling. Doe dit met alle woorden. Leg ze door elkaar op tafel en zoek de juiste woorden bij elkaar.

Ga actief aan de slag
Het is belangrijk om actief met de woorden aan de slag te gaan en niet alleen maar te lezen. Schrijf de woordjes: door ze te schrijven onthoud je beter en daarbij komt dat de toets ook schriftelijk is en je de woorden dus moet kunnen spellen / schrijven.

Leren doe je lang niet altijd het beste zittend achter je bureau, integendeel:
Loop met je boek door de kamer, terwijl je de woorden hardop zegt.
Loop je kamer op en neer: aan de ene kant van je kamer ligt je boek en lees je het woord, daarna loop je naar de andere kant van de kamer en schrijf je de vertaling op.
Leg de kaartjes uit de tip hiervoor op de trap en loop de trap op en neer, terwijl je per trede het woord vertaalt.
Spreek de woordjes in op je telefoon en luistert die af terwijl je een rondje loopt, trampoline springt, op je bed ligt, …

Leer de woordjes digitaal
Veel kinderen vinden het fijn om digitaal te leren. WRTS wordt hiervoor heel veel gebruikt. Maar ook Quizlet is een fijn programma. En Slim Stampen zit vaak gekoppeld aan de methoden voor Frans, Duits of Engels.
Je kunt hier zelf woordenlijsten aanmaken, lijsten delen met je klasgenoten of lijsten importeren vanuit de methode. De woordenlijst wordt telkens in kleine stukjes aangeboden en woorden die fout zijn worden weer opnieuw aangeboden. Er wordt veel gebruik gemaakt van herhaling.
Het is meer afwisselend: je kunt kiezen voor verschillende manieren van overhoren.

Logische verbanden
Je kunt woordjes vaak beter onthouden als je ze oefent in een logisch verband. Moet je bijvoorbeeld woorden leren die te maken hebben met voorwerpen in en om het huis? Verdeel de woordenlijst dan in woorden die thuishoren in de keuken, woonkamer, badkamer enz.
Dit wordt vaak in methodes ook zo al wel aangeboden. Mocht dit niet zo zijn, pas dan gerust de volgorde van de lijst aan en maak de lijst zodat er een logisch verband tussen de woorden is.

Niet te lang achter elkaar
Je slaat informatie beter op in je hersenen als je niet te lang achter elkaar leert. Leer je lang achter elkaar, dan neemt je aandacht en concentratie af en nemen je hersenen de informatie niet meer op.
Neem dus op tijd een korte pauze als je merkt dat je aandacht afneemt: neem even wat te drinken, loop de trap op en neer of doe wat kniebuigingen.

Het is beter om 3x 20 minuten te leren met korte pauzes van 5 minuten ertussen dan een uur zonder pauzes (en dat geldt niet alleen voor het leren van woordjes).

Herhalen, herhalen en herhalen
Herhaal je de woordjes regelmatig, dan worden ze goed opgeslagen in je lange termijn geheugen. De herhaling zorgt er ook voor dat je steeds makkelijker bij de informatie in je hersenen kunt komen: er ontstaat als het ware een uitgesleten pad.

Overhoren
Ik weet het: veel kinderen hebben er een hekel aan om zich te laten overhoren. Maar toch is overhoren heel belangrijk. Waarom zul je misschien denken?
Door het overhoren ben je op een actieve manier bezig met de stof. Dat zorgt voor meer activiteit in je hersenen waardoor de woordjes nog beter opgeslagen worden in het geheugen.
En als je wordt overhoord, oefen je het ophalen van je kennis uit je geheugen. En dat is precies wat je ook moet kunnen tijdens een toets.

Laat je dus overhoren door je ouders of je vrienden of overhoor jezelf bijvoorbeeld via WRTS. Let er wel op dat je de woordjes door elkaar overhoort en niet op volgorde van de woordenlijst. Tijdens de toets moet je ze immers ook op een andere volgorde kennen.


Dit waren de tips die ik graag met je wilde delen. Heb je zelf nog meer tips, laat het me dan weten.

Veel succes met leren!